Platform Vlieghinder Kennemerland
 

PUUR NATIONALE BENADERING LUCHTVAART WERKT NIET

 |
 Geplaatst door: 2eHans 
 |
 Bekeken: 964 
|
 webershandwick.nl 
me_vliegtuig_IMG_0395.jpg

Door Klaas Pel, Associate Director Public Affairs bij Weber Shandwick

De politieke discussie over het te voeren luchtvaartpolitieke beleid concentreert zich op de bedreiging die luchtvaartmaatschappijen uit de Perzische Golf vormen voor de Nederlandse luchtvaartsector. Dat leidt af van waar de discussie echt over zou moeten gaan, te weten hoe de luchtvaart tot een ‘normale’ bedrijfstak kan worden gemaakt om daarmee het groeivermogen van Nederland te borgen.

24 juli luchtvaartverdrag



Staatssecretaris Wilma Mansveld van Infrastructuur en Milieu heeft te verstaan gegeven dat de van overheidswege gefinancierde Golfmaatschappijen niet hoeven te rekenen op nieuwe landingsrechten totdat er een gelijk speelveld is. Met deze stevige taal schaart zij zich achter haar collega’s uit Frankrijk en Duitsland.

Deze twee landen onderhandelen, ondanks de retoriek, vrolijk door met de Golfstaten. Er is in de mondiale luchtvaart nooit sprake geweest van een gelijk speelveld en dat zal ook nimmer het geval zijn. Luchtvaart gaat over nationale en industriepolitieke belangen. Waar deze belangen botsen, is eenvoudigweg geen behoefte aan een gelijk speelveld.

Het Nederlandse luchtvaartpolitieke beleid werd van oudsher gekenmerkt door het nastreven van open markten. Markttoegang tot derde landen moest worden verkregen door uitwisseling van landingsrechten met buitenlandse overheden. Dit systeem dateert van 70 jaar geleden en is in essentie nooit gemoderniseerd. Luchtvaart is daardoor een industrie die nog steeds wordt gekenmerkt door beperkingen op het gebied van markttoegang en marktordening.

Nederland was in de onderhandelingen meestal de vragende partij omdat het, bij gebrek aan voldoende thuismarkt voor een wereldomspannend netwerk, baat had bij zoveel mogelijk landingsrechten in het buitenland om passagiers- en vrachtstromen via Schiphol aan elkaar te knopen. Deze offensieve strategie, waarbij overheid en luchtvaartsector gezamenlijk optrokken en slim de kaart speelden van de kwaliteit van de Nederlandse vestigingsplaatsfactoren, is zeer succesvol gebleken.

Als gevolg van de concurrentie uit de opkomende economieën, en ook als gevolg van het beeld dat het netwerk ‘af’ zou zijn (er zijn voldoende aanbieders op Schiphol, schreef Mansveld in februari aan de Tweede Kamer), heeft de overheid een meer terughoudend markttoegangsbeleid ingezet. Zij concentreert zich op het borgen van de publieke belangen. De bedrijfseconomische belangen zijn de verantwoordelijkheid van de sector.

Behoud van netwerkkwaliteit is een publiek belang. De overheid heeft als ‘eigenaar’ van de landingsrechten de sleutel voor de netwerkkwaliteit in handen. Zij moet de belangen van alle partijen afwegen: luchtvaartmaatschappijen, luchthaven, verladers en consumenten. Vervolgens dient de overheid te handelen naar genoemde belangen.

Luchtvaart is een mondiale groeimarkt en volgt en ondersteunt handelsstromen. Het Nederlandse luchtvaartbeleid moet ten dienste staan van het groeivermogen van de Nederlandse economie. Een puur nationale benadering van wachten tot de storm is overgewaaid gaat niet het gewenste effect sorteren.

De Europese Commissie wil van de lidstaten een mandaat om met de Golfstaten te onderhandelen over een luchtvaartverdrag. Brussel staat open voor suggesties. Hier kan dus nog gestuurd worden. Zeker is dat de Golfstaten in ruil voor bepalingen over eerlijke concurrentie meer markttoegang tot Europa willen. Dit biedt perspectief voor gelijksoortige verdragen met andere regio’s.

Nederland moet aan de slag en zich richten op de kansen in plaats van de bedreigingen. Het kan het voortouw nemen in de discussie die in Europa wordt gevoerd. Het Nederlandse EU voorzitterschap in 2016 biedt daarvoor een uitgelezen mogelijkheid.

Bekijk bericht op "webershandwick.nl"

Reacties op dit bericht