Platform Vlieghinder Regio Castricum
 

Verslag van het verhandelde in de vergadering van 6 april 1998

 |
 Geplaatst door: webbeheer 
 |
 Bekeken: 589 
|
 Provinciale Staten Noord Holland 
Verslag van het verhandelde in de vergadering van 6 april 1998

===== noot====== hier is alleen het Schiphol-gedeelte weergegeven

6.  Aan de orde is de voordracht van gedeputeerde staten inzake de reactie op de integrale beleidsvisie over de toekomst van de luchtvaart (zie bijlage 18).

Mevrouw Onstenk (GroenLinks): Voorzitter! Schiphol> kwaliteitsluchthaven, hoog op de wereldranglijst. Dat is het perspectief waarin de oplossing moet worden gezocht voor het spanningsveld van milieu en economie, waar de luchtvaart zich in bevindt. Kwaliteit boven kwantiteit. Daarin moeten kabinet, luchthaven, milieubeweging - maar ook wij - elkaar kunnen vinden. Het kabinet heeft het in de integrale beleidsvisie immers over een duurzame ontwikkeling en over selectief beleid. Het onderkent de extra milieuproblemen die verdere groei met zich brengt. De luchthaven kiest met zijn leuze “niet de grootste, wel de beste” ook voor kwaliteit; niet het aantal vluchten is bepalend, maar de plaats van de luchthaven en de KLM in het Europese netwerk en het wereldnetwerk. In dit perspectief past het niet dat steeds de gehele marktvraag van luchtvaartmaatschappijen wordt gehonoreerd. Dat is geen selectieve groei toestaan, maar het toestaan van optimale groei. Je hebt het dan niet meer over het milieu, maar alleen nog maar over economie.

  Voorzitter! Het kabinet wil uitdrukkelijk wat anders dan de provincie. Op de keuze voor een nieuwe luchthaven in zee, zegt het kabinet op dit moment keihard “nee”. Ook voor de toekomst ziet het kabinet voor een mogelijke luchthaven op een andere locatie alleen maar een aanvullende rol weggelegd. Maar het kabinet wil wel, ondanks de keuze voor duurzaamheid, dat

mogelijk uitgroeit tot een luchthaven met 80 tot 100 miljoen passagiers. Eigenlijk kan alleen D66 hier maar blij mee zijn, want deze milieupartij was de enige partij die vorig jaar pleitte voor doorgroei van

op de plek waar de luchthaven nu ligt. Het heeft ons verbaasd dat het advies van GS, waarover wij vandaag spreken, wordt onderschreven door de Partij van de Arbeid. In het programma van de PvdA voor de staten staat immers ....

De heer Poelmann (D66): Ze worden langzamerhand wijzer, mevrouw Onstenk. Het gaat steeds beter!

Mevrouw Onstenk (GroenLinks): In het verkiezingsprogramma van de PvdA staat immers dat het na de aanleg van de vijfde baan “schluss” is op

. In hetzelfde programma staat overigens dat men pas op de plaats wil maken met de aanleg van nieuwe wegen, maar elke nieuwe uitbreiding van betekent aanleg van nieuwe weginfrastructuur, omdat de oude niet op zoveel groei is berekend. Wat denkt men nu eigenlijk? Voor de 15 of 35 miljoen extra passagiers die het kabinet hier naar toe wil halen, vinden wij nog wel een gaatje op de A4 of op de A9? Met alle respect voor de heer De Zeeuw, maar wat is het goedkoop om bij je vertrek als milieugedeputeerde te zeggen dat de echte milieuproblemen van de provincie te maken hebben met het verkeer - auto- en luchtverkeer - de uitstoot van CO2 en de landbouw, en tegelijk wel in te stemmen met doorgroeien van

op locatie! De tussenstap waar hij het over heeft, zou heel goed een misstap kunnen worden, in ieder geval voor het milieu en voor de burgers van Noord-Holland.

  Vorig jaar besloten de staten overigens in meerderheid nog dat verdere groei van

uitsluitend acceptabel zou zijn zonder extra ruimtebeslag. Willen GS de extra Kaagbaan rechtop zetten?

  Voorzitter! Grenzen zijn geen grenzen en afspraken zijn geen afspraken. Als overheden en politieke partijen zich niet aan grenzen houden, waarom zouden de burgers dat dan doen? Meer dan het Rijk moeten wij als vertegenwoordigers uit Noord-Holland opkomen voor de belangen van regio en provincie, voor werk en bedrijvigheid, maar natuurlijk net zo hard voor welzijn, gezondheid en veiligheid. Uit onderzoek van het Nationaal lucht- en ruimtevaartlaboratorium is gebleken dat doorgroeien boven de 44 miljoen passagiers op een aangepast banenstelsel niet kan binnen de milieugrenzen noch binnen de veiligheidsnormen. Minister Jorritsma laat het hier niet bij zitten en probeert er een mouw aan te passen. Dat geeft aan hoe ver kabinet en provincie van elkaar verwijderd zijn.

  Wij hebben de afgelopen periode een aantal zaken kunnen vaststellen. Een van de belangrijkste is wel dat het gemeten lawaai veel sterker is dan het lawaai van de berekende contouren waarvan in de PKB sprake is. Tussen de 60 en 80.000 mensen ondervinden nu ernstige hinder. Een andere vaststelling is dat wij weten dat vooral het geluid, maar ook luchtverontreiniging en relatieve onveiligheid gevolgen hebben voor de gezondheid van omwonenden. De veiligheid is verslechterd, zo stelt het RIVM. Bovendien zijn er nog altijd geen wettelijke normen voor. Wij hebben ook vastgesteld dat de CO2 -uitstoot van het vliegverkeer niet binnen de doelstellingen blijft.

  Voorzitter! Elke baan is er één, dat mag niet worden gebagatelliseerd, maar de bijdrage van

aan de werkgelegenheid blijft relatief bescheiden.

De voorzitter : U bent door uw spreektijd heen.

Mevrouw Onstenk (GroenLinks): Voor mijn fractie is dit alles reden om de staten te vragen, vast te houden aan eerder vastgelegde grenzen. Wij dienen daartoe twee moties in.

Motie 18-1

Door de leden Onstenk, Koetsier, Bozelie en Poulie worden de volgende moties voorgesteld:

Provinciale staten van Noord-Holland, in vergadering bijeen op 6 april 1998; gehoord de beraadslagingen over de toekomst van de luchtvaart;

overwegende, dat

- de toename van de werkgelegenheid op en rond

de voornaamste reden is voor de provincie om mee te willen werken aan de uitbreiding van de luchthaven tot nu toe;

- in de plannen voor verdere groei van de luchtvaart enkele tienduizenden extra banen in het vooruitzicht worden gesteld;

- de trend zich doorzet dat een steeds groter deel van het personeel dat nu op en rond de luchthaven werkt, wordt aangetrokken van buiten de regio en provincie Noord-Holland;

- werkgevers op

op dit moment kampen met enkele duizenden vacatures die moeilijk vervulbaar zijn;

- het aantal uitzendkrachten met bijna 80% is gestegen het afgelopen jaar en dat volgens een vakorganisatie het aantal “pulpcontracten” toeneemt;

- menig econoom van mening is dat het rendement van andere overheidsinvesteringen dan die in luchtvaartinfrastructuur groter is;

- luchtvaartdeskundigen schatten dat bijvoorbeeld de KLM op termijn ruim een kwart van het werk internationaal zal uitbesteden (technisch personeel, cabinepersoneel, IT-personeel en dergelijke);

roepen in herinnering dat de staten eerder hebben gevraagd, aandacht te besteden aan de werking van de arbeidsmarkt;

zijn van mening dat van

(AAS), de Nederlandse luchtvaartmaatschappijen en in mindere mate van bedrijven die zich vestigen op de luchthaven mag worden verlangd dat de werkgelegenheid voor een aanzienlijk deel ten goede komt aan werknemers en werkzoekenden uit de omgeving van

, nu en in de toekomst;

verzoeken GS, het initiatief te nemen om met AAS, de op de luchthaven gevestigde bedrijven, de arbeidsvoorziening en vakorganisaties uit te zoeken hoe knelpunten op de arbeidsmarkt kunnen worden opgelost en tot afspraken te komen over toekomstige werkgelegenheid,

en gaan over tot de orde van de dag.

Motie 18-2

Provinciale staten van Noord-Holland, in vergadering bijeen op 6 april 1998; gehoord de beraadslagingen over de toekomst van de luchtvaart;

overwegende, dat

- het de mening van het kabinet is dat

zich met selectief beleid kan ontwikkelen tot een kwalitatief hoogwaardige luchthaven en dat daarvoor keuzes moeten worden gemaakt;

- het kabinet desondanks verdere groei boven de PKB-grenzen mogelijk wenst te maken op

;

- de luchthaven

van de verschillende overheden duidelijkheid vraagt over de groeimogelijkheden in de toekomst en met de leuze “Niet de grootste, wel de beste” aangeeft, te kiezen voor kwaliteit;

- de staten verschillende keren hebben uitgesproken alleen binnen de PKB-milieugrenzen, waaronder de volumegrens van 44 (aanvankelijk 40) miljoen passagiers, bereid te zijn, mee te werken aan verdere ontwikkeling van

;

- de staten vanwege deze grenzen aan de groei op

in juni 1997 in meerderheid hebben gekozen voor een nieuwe luchthaven in de Noordzee;

- onderzoek van het Nationaal lucht- en ruimtevaartlaboratorium heeft uitgewezen dat verder groeien middels de aanleg van een tweede Kaagbaan niet kan binnen de milieugrenzen en ook uit het oogpunt van veiligheid niet mogelijk is;

- het niet aannemelijk is dat met de herziening van de geluidberekening en de introductie van het meten van geluid de milieuruimte voor de luchtvaart wordt vergroot;

besluiten bij hun standpunt te blijven dat verdere groei van

boven de PKB-grenzen om redenen van ruimtegebrek, milieu, leefbaarheid, gezondheid, veiligheid, capaciteit van wegennet en openbaar vervoer niet wenselijk en niet mogelijk is;

verzoeken GS,

- het kabinet voor te stellen bij de verdere ontwikkeling van

kwaliteit boven volume te plaatsen;

- na de Tweede-Kamerverkiezingen bovenstaand besluit mee te delen aan de kabinetsformateur,

en gaan over tot de orde van de dag.

Deze moties, die door een genoegzaam aantal leden zijn ondertekend, maken mitsdien onderwerp van beraadslaging uit.

De heer Pluckel (VVD): Mijnheer de voorzitter! Op verzoek van een aantal statenfracties praten wij vanmorgen over de reactie van GS van 10 februari aan het kabinet op de “Integrale beleidsvisie over de toekomst van de luchtvaart in Nederland”. De bedoeling van het kabinet was om nog in maart een besluit te nemen voor de middellange termijn, ten minste tot 2010. Vandaar de snelle reactie van GS.

  Maar het kabinet heeft dit besluit vooralsnog niet kunnen nemen. Dit komt door de uitkomsten van het onderzoek naar de mogelijkheden van herconfiguratie van

van de NLR. Wat is het geval? De resultaten geven aan dat aanleg van een parallelle Kaagbaan, onder gelijktijdige sluiting van de Aalsmeerbaan en naar ik aanneem de Oostbaan - gaarne duidelijkheid van het college op dit punt - geen verdere groei tot 60 miljoen passagiers, 590.000 vliegbewegingen en 2,6 miljoen ton vracht in het jaar 2010 mogelijk maakt binnen de PKB-milieugrenzen.

Voorzitter: mevrouw Wildekamp

De heer Pluckel (VVD): De grootste problemen liggen bij de externe veiligheid en de geur. De geluidsnorm van maximaal 10.000 geluidgehinderde woningen lijkt haalbaar mits er zo’n 3500 woningen worden afgebroken. Dit laatste is voor mijn fractie bespreekbaar onder de voorwaarden van een adequate en snelle schadeloosstelling voor de bewoners en compensatie voor het verlies aan draagvlak voor de voorzieningen. Dus niet voor een dubbeltje op de eerste rang!

  Voorzitter! Gegeven deze uitkomst achten wij het logisch dat het kabinet ten aanzien van de optimalisatie van

eerst verder wil studeren.

Mevrouw Onstenk (GroenLinks): Heeft u bij de conclusie dat de groei tot 60 miljoen passagiers wat de geluidhinder betreft, mogelijk is, betrokken dat de methodiek van berekenen en meten van de geluidhinder de komende jaren op basis van de aanbevelingen van het rapport-In ‘t Veld zal worden herzien?

De heer Pluckel (VVD): Ik kan daar geen exact antwoord op geven. Uit het onderzoek van de commissie-In ‘t Veld zijn nog geen definitieve mogelijkheden kenbaar gemaakt. Er is alleen besloten om te bezien of door het verplaatsen van meetpunten op plekken waar geen woningen staan een andere geluidscontour kan gelden. Ik ga ervan uit dat hetgeen In ‘t Veld zegt, mogelijk is, maar dat zal nog moeten blijken.

  Voorzitter! Mijn fractie steunt het besluit van GS om herconfiguratie mee te laten wegen als een mogelijke oplossing, onder de harde voorwaarde dat tegelijkertijd zicht ontstaat op een duurzame eindoplossing. Dit moeten wij het Rijk voorhouden. De gevolgen van verdere selectieve groei mogen niet afgewenteld worden op het woon- en leefklimaat in de Noordvleugel van de Randstad. Dit zou ook contraproductief zijn, immers, een goed concurrerend internationaal vestigingsklimaat vereist evenzeer een woon- en werkomgeving met een hoge kwaliteit, inclusief het milieu.

  De VVD-fractie kan zich vinden in de reactie van GS aan het kabinet en ondersteunt nadrukkelijk de daarin gestelde voorwaarden voor selectief beleid, optimalisatie en eventuele herconfiguratie.

Mevrouw Onstenk (GroenLinks): Kunt u aangeven wat voor de VVD selectieve groei inhoudt? In de ogen van het kabinet kan dat bijvoorbeeld het weren van vliegtuigen zijn die niet essentieel zijn voor de ontwikkeling tot mainport.

De heer Pluckel (VVD): Bij selectieve groei gaat het in eerste instantie om het accommoderen van het vervoer binnen de afgesproken milieugrenzen. Er dient een optimalisatie plaats te vinden van verbindingen die een belangrijke bijdrage leveren. Het is ook vanzelfsprekend dat verbindingen die een minder belangrijke bijdrage leveren straks wellicht gesubstitueerd kunnen worden door spoorvervoer, de HSL.

  Voorzitter! Intussen is mijn fractie bezorgd omtrent de trage regie van het Rijk en de ontwikkeling van de visie inzake een duurzame oplossing. In de recente brief aan de Tweede Kamer over de impuls voor de ruimtelijk-economische structuur van ons land - men weet wel, het vervolg op de missiebrief, voorbereid door de Interdepartementale commissie economische structuurversterking - schrijft het kabinet: “Over 20 jaar telt Nederland 16,5 à 17,5 miljoen inwoners. Dat is 1 à 2 miljoen meer dan nu. Ze moeten kunnen werken, wonen, zich verplaatsen en recreëren in een schone en veilige omgeving. Dat klinkt eenvoudig, maar het is een grote opgave voor ons land, waar de arbeidsdeelname relatief laag is, de ruimte beperkt en het milieu zwaar belast. Om aan die opgave te kunnen voldoen, moeten we investeren in de ruimtelijke, economische, sociale en kennisinfrastructuur”.

  In deze brief zijn echter nog geen bedragen gereserveerd voor extra investeringen ter versterking van onze beide mainports. Kunnen GS inmiddels de vraag wel beantwoorden welke harde financiële toezeggingen er van het Rijk zijn met betrekking tot de noodzakelijke landzijdige infrastructuur voor de groei van

en omgeving op basis van de PKB die van kracht is? En als er reserveringen zouden blijken te zijn, hoe denken GS dan een tijdige uitvoering van de infrastructurele maatregelen rond

- ik noem slechts de Westrandweg, maar ook de omlegging en aansluiting bij Schiphol-Oost van de N201 - te bevorderen? Een meer proactieve aanpak zowel aan de lucht- als aan de landzijde is dringend geboden. Het Rijk laat zich nu steeds overvallen door snellere ontwikkelingen dan voorzien. Zo komt men klem te zitten in een reactieve positie. Alleen inzetten op een selectief beleid is naar het oordeel van de VVD-fractie onvoldoende. Afgesproken maatregelen dienen proactief en voortvarend te worden uitgevoerd. Dit geldt natuurlijk ook voor maatregelen zoals het instellen van een onafhankelijk toezicht op het vliegverkeer. Hiervoor heeft de VVD-fractie reeds jaren geleden gepleit. Kunnen GS zeggen wanneer invoering zal plaatsvinden? Ter ondersteuning dien ik een motie in op dit punt.

Mevrouw Onstenk (GroenLinks): U geeft aan dat er nog duidelijkheid moet komen over de uitvoering van de weginfrastructuur. Een en ander is echter gekoppeld aan de aanleg van de vijfde baan. Vandaag wordt gesproken over een doorgroei tot 80 of 100 miljoen passagiers. Dat is een verdubbeling van het eindstadium van de PKB. Kunnen de door u genoemde wegen dat verstouwen?

De heer Pluckel (VVD): Daar kan ik nu geen antwoord op geven. Dat moet onderzocht worden, als het kabinet dit najaar met nadere voorstellen komt. Het gaat mij erom dat er alvorens verdere stappen worden gezet, harde afspraken gemaakt moeten worden over de voorzieningen die reeds op basis van de PKB getroffen moeten worden. Ik heb dat in een motie verwoord.

  Voorzitter! De concretisering van de voorstellen van het college voor een voortvarende informatie-uitwisseling en communicatie met de kabinetsformateur en met de nieuwe Kamerleden, gericht op een adequate en proportionele invloed vanuit Noord-Holland, zien wij tegemoet. Dit geldt ook ten aanzien van de tijdige reservering van Rijks-/ICES-middelen in brede zin. Het gaat wat de VVD betreft om een pakket maatregelen zowel aan de luchtzijde, maar ook ten behoeve van een tijdige en passende landzijdige ontsluiting.

  Ten slotte is niet alleen een goede communicatie vanuit de provincie met de beslissers in Den Haag en op de luchthaven van belang, maar evenzeer - naar de mening van de VVD-fractie op de eerste plaats - met de bevolking rond

. Zij moeten vertrouwen houden in de aanpak en weten dat hun mobiliteit en leefomgeving goed blijven of beter worden. Daarom dien ik nog een motie in over verkenning van de mogelijkheid door het college van een breed en actueel informatiecentrum.

Mevrouw Onstenk (GroenLinks): Dat is toch een praatje voor de vaak! U kunt uw betoog wel beëindigen met de woorden dat het voor de mensen beter en leefbaarder wordt, maar het is nu al onleefbaar. Wij spreken niet over de aanleg van de vijfde baan, maar over groei en wel een verdubbeling van het aantal passagiers en vliegbewegingen in de verre toekomst. Ook op grond van uw eigen verhaal kan het wel eens veel te vroeg zijn om nu al tegen het kabinet te zeggen dat wij bereid zijn, de voorgestelde tussenstap te zetten, zeker als u verwijst naar de leefbaarheid, want die is nu al in gevaar.

De heer Pluckel (VVD): U heeft uit mijn betoog kunnen opmaken dat wij ons zorgen maken over de leefbaarheid, dus ik denk niet dat wij op dit punt van mening verschillen. Dat neemt niet weg dat wij nu al een definitief standpunt innemen zonder dat alle gegevens bekend zijn.

Motie 18-3

Door de leden Pluckel, Raasveld, De Jong, Sanders-ten Holte en Smit wordt de volgende motie voorgesteld:

Provinciale staten van Noord-Holland, in vergadering bijeen op 6 april 1998;

gehoord de beraadslagingen over de strategische luchtvaartontwikkeling;

overwegende, dat

- de luchthaven

een van de belangrijkste motoren is van de groei van de economie en de werkgelegenheid in de Noordvleugel van de Randstad en van een verdere ontwikkeling van Amsterdam als internationaal centrum van financië ;le dienstverlening en handel;

- de groei van de marktvraag op

telkens groter blijkt dan de prognoses, waardoor thans bij het accommoderen van deze groei tot het in gebruik nemen van de vijfde baan (naar verwachting in 2003) reeds met een selectief beleid moet worden gewerkt, met als gevolg risico’s in het imago van het internationale vestigingsklimaat rond

;

- deze aanhoudend hoge groei, voor de komende jaren naar verwachting overeenkomstig het internationaal gemiddelde van zo’n 5% per jaar, ook consequenties heeft voor de tijdige uitvoering van maatregelen aan de landzijde, waarover reeds is besloten bij de PKB

e.o., en die strikt noodzakelijk is voor het goed kunnen functioneren van niet alleen de luchthaven maar de gehele noordvleugel in de periode tot 2010;

- bij de uitvoering van deze maatregelen, evenals van maatregelen ter vergroting van de veiligheid van het vliegverkeer op en rond

, als onafhankelijke handhaving er sprake is van voortdurende vertraging en onzekerheid;

- deze vertraging van de uitvoering ongewenst is, niet verder mag oplopen en waar mogelijk moet worden ingelopen;

- gelet op

- het besluit van juni 1997, waarbij PS zich in het kader van de nut-en-noodzaak-discussie hebben uitgesproken voor het verder accommoderen van de groei in de luchtvaart, die uitgaat boven het niveau van de PKB-Schiphol e.o., onder scherpe randvoorwaarden zowel wat betreft milieu (voor

blijven de milieugrenzen uit de PKB van kracht), landzijdige ontsluiting als het voorbereiden van een duurzame eindoplossing, met een economisch zwaartepunt in de Noordvleugel van de Randstad;

- de thans voorliggende reactie van GS op de Integrale Beleidsvisie van het kabinet, waarin deze voorwaarden uitputtend zijn benoemd, ook ten aanzien van een eventuele herconfiguratie van

;

verzoeken GS,

- met het nieuwe kabinet, of zo mogelijk reeds bij de formatie, afspraken te maken over een meerjaren werkprogramma gericht op de concrete uitvoering van de maatregelen, waartoe is besloten bij de PKB-Schiphol e.o., en dit als een voorwaarde in te brengen alvorens nadere besluitvorming dit najaar kan plaatsvinden over accommodatie van verdere groei van de luchtvaart;

- provinciale staten over deze afspraken te informeren, uiterlijk op het moment dat beraadslaagd zal worden over besluitvorming door het kabinet over de toekomstige Nederlandse luchtvaartinfrastructuur,

en gaan over tot de orde van de dag.

Door de leden Pluckel, Raasveld, Smit en Sanders-ten Holte wordt de volgende motie voorgesteld:

Motie 18-4

Provinciale staten van Noord-Holland, in vergadering bijeen op 6 april 1998;

gehoord de beraadslagingen over de strategische luchtvaartontwikkeling;

overwegende, dat

- er de komende jaren sprake is van zeer ingrijpende ruimtelijke, infrastructurele en milieumaatregelen op en om de luchthaven en in een wijdere omgeving, dicht bij woonplaatsen als Badhoevedorp, Zwanenburg, Amsterdam-West, Vijfhuizen, Hoofddorp, Aalsmeerderbrug en Rijsenhout;

- het hierbij zowel om luchtzijdige als landzijdige maatregelen gaat en infrastructurele maatregelen op diverse niveaus en van diverse beheerders (Rijk, provincie en gemeenten), waardoor informatie en overzicht voor bewoners en werkers in het gebied extra aandacht behoeven;

- het voorts om inrichtingsmaatregelen gaat als groengebieden rond de luchthaven en aanleg van de Randstadgroenstructuur;

gelet op

- de behoefte vanuit de bevolking aan een goed geoutilleerd, actueel en makkelijk bereikbaar informatiecentrum over

en directe omgeving;

- het feit dat in andere gebieden met complexe infrastructurele en inrichtingsontwikkelingen er goede voorbeelden zijn van een breed informatiecentrum in een passende accommodatie, tevens geschikt voor overleg en educatie, zoals in het Mobilion van Rijkswaterstaat bij Utrecht;

verzoeken GS om de mogelijkheden van een breed opgezet en actueel informatiecentrum over de ruimtelijke, infrastructurele en milieu-ontwikkelingen op en rond

en het direct aansluitende gebied voor inwoners, werkenden, scholieren en belangstellenden te verkennen en hierover nog dit najaar aan de statencommissie Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting te rapporteren,

en gaan over tot de orde van de dag.

Deze moties, die door een genoegzaam aantal leden zijn ondertekend, maken mitsdien onderwerp van beraadslaging uit.

De heer De Jong (PvdA): Voorzitter! De staten hebben in juni vorig jaar uitgebreid over

gesproken. Door de PvdA is toen reeds aangegeven dat de tussenfase - het moment na gereedkoming van de vijfde baan - wel eens het belangrijkste probleem in de toekomst kon worden. De aanleiding voor dit debat is het voorstel van het kabinet voor het uitwerken van een optie voor herconfiguratie. In de commissie hebben wij al opgemerkt dat deze optie tamelijk onduidelijk is. Het kabinet geeft ook zelf toe dat deze tussenfase nogal moeilijk is en het niet duidelijk is of er iets van te realiseren valt. Je zou daarmee kunnen zeggen dat het debat in de staten achterhaald is. In zekere zin is dat wellicht ook zo.

  Het kabinet gaat door met het onderzoek naar de herconfiguratie. Waarom wil het kabinet dat? Welke doelen moeten er precies mee bereikt worden? Wat levert dit uiteindelijk op? Wanneer is een herconfiguratie uiteindelijk gereed? De PvdA heeft in de commissie reeds gesteld dat de tussenstap en de eindstap steeds dichter bij elkaar komen. Wij vinden nog steeds dat er des te meer reden is om in te zetten op een eindmodel, te weten het uitplaatsen in de Noordzee.

  Een ander punt dat ik wil aanstippen, is dat wij in juni vorig jaar een reeks punten hebben genoemd naar aanleiding van het debat over de PKB-Schiphol. Een daarvan is het concreet meten van het lawaai in plaats van alleen het berekenen ervan. Ik noem de handhavingsproblematiek, de aanleg van benodigde infrastructuur om

bereikbaar te houden en ook de infrastructuur die nodig is voor de substitutie. Ik doel daarbij in het bijzonder op de HSL, inclusief de HSL-oost.

  Wij moeten, met de VVD, constateren dat het aangegeven programma in de PKB-Schiphol steeds verder vooruitschuift. Het kabinet heeft in zijn reguliere begroting daarvoor geen middelen beschikbaar gesteld. Het kabinet heeft evenmin naar aanleiding van de ICES-discussie besloten om die middelen aanvullend ter beschikking te stellen. Daarmee schuift het het probleem voor zich uit.

Mevrouw Onstenk (GroenLinks): Bent u met mij van mening dat er alleen van substitutie gesproken kan worden als er grenzen aan het vliegverkeer worden gesteld? Als

kan doorgroeien, betekenen de passagiers in de HSL toch extra mobiliteit? Het gaat dan toch niet meer om substitutie?

De heer De Jong (PvdA): In de PKB zijn daarover afspraken gemaakt. Er is een bepaalde groei voorzien. Een deel daarvan, te weten 5 miljoen passagiers, is gerelateerd aan de HSL. Daar doel ik op. Wij betreuren het dat het kabinet daar probeert, onderuit te komen. Dit leidt mij tot een afsluitend punt.

  Wij constateren dat er op het gehele vraagstuk inzake de ontwikkeling van

meer regie nodig is. Het kabinet loopt eigenlijk van incident naar incident. Dat zet geen zoden aan de dijk en wekt alleen verwarring, ook voor de burgers.

  Wat de herconfiguratie betreft: eerst blijkt uit een onderzoek dat dit in ruime mate kan en vervolgens blijkt uit een onderzoek dat het niet kan. Er komt nu een nieuw onderzoek. Dat geeft ons de indruk dat het kabinet de visie kwijt is op hoe het nu verder moet. Wij willen - daarvoor zijn voldoende aanknopingspunten in de voorstellen van GS - dat die visie alsnog ter tafel komt. Wij missen in het voorstel van GS concrete werkafspraken met het kabinet. De provincie is tot nu toe wel kritisch geweest, maar heeft altijd welwillend mee willen denken over de ontwikkeling van

. Wij leveren iedere keer welwillend commentaar aan Den Haag. Wij moeten ons afvragen waar wij dat allemaal voor doen. De motie van de VVD over het concretiseren van werkafspraken is medeondertekend door de PvdA. Het is voor ons een cruciaal punt. Als er tussen nu en het najaar, wanneer de uitkomsten van nader onderzoek inzake herconfiguratie, de optie in zee enzovoorts door het kabinet aan ons worden voorgelegd, nog steeds geen afspraken zijn gemaakt, komt naar onze mening de positie van de provincie in een ander daglicht te staan. Wij moeten dan consequenties trekken op het punt van het verlenen van medewerking aan het kabinet.

Mevrouw Onstenk (GroenLinks): U zegt dat de tussenstap en het eindplaatje dicht bij elkaar komen. U vindt de tussenstap eigenlijk ongeoorloofd. U wilt over het eindmodel afspraken maken met het kabinet. In het advies dat vandaag ter tafel ligt, staat dat wij bereid zijn tot een tussenstap, die voor het kabinet heel groot kan zijn, namelijk 60 tot 80 miljoen passagiers. Gaat u akkoord met zo’n tussenstap of wilt u deze overslaan? Zo ja, wat voor consequenties heeft dat voor het advies?

De heer De Jong (PvdA): Wij voeren nu een debat in de staten naar aanleiding van de feiten. Het kabinet wil een tussenstap in de vorm van herconfiguratie. Het is nu zelf op die tussenstap teruggekomen. Het wil in september een afweging maken tussen zowel herconfiguratie als uitplaatsen naar zee als naar Flevoland als naar de Maasvlakte. Die keuze ligt nu voor.

  De door mij genoemde concrete werkafspraken slaan op hetgeen waarmee wij allang hebben ingestemd, namelijk de PKB-Schiphol. Wat er reeds is afgesproken - het kabinet in de vorm van een PKB en wij in de vorm van een streekplan - moet concreet vertaald worden in werkafspraken en worden uitgevoerd. Als dat niet gebeurt, moeten wij ons afvragen of wij wel serieus bezig zijn in dit soort discussies met het kabinet.

  Over de herconfiguratie heb ik zojuist, maar ook in de commissie, gezegd dat naarmate het moment waarop een tussenstap zoals de realisering van een parallelle Kaagbaan steeds later in beeld komt, wij nog grotere twijfels erover hebben of dat überhaupt moet gebeuren, zeker als het een obstakel is voor een definitief eindmodel in de vorm van uitplaatsen naar de Noordzee. Wij zijn van mening dat de beoordeling van de provincie van elke stap van het kabinet afhangt van de mate waarin de eindstap, het uitplaatsen naar zee, nog overeind blijft. Als die in gevaar is, hebben wij een probleem.

De heer Kruijmer (RPF/GPV): Voorzitter! Wij vinden de reactie van het college aan het Rijk over

realistisch en praktisch. Realistisch, omdat toch wat meer de lijn van het Rijk wordt gevolgd en praktisch omdat wordt bekeken wat nog mogelijk is op

; optimalisatie en herconfiguratie vinden wij goed. In juni 1997 heb ik dat reeds naar voren gebracht. Wij vinden het ook goed dat het college vasthoudt aan de PKB. Op dit moment zitten wij er nog duidelijk onder met 27 tegen 44 miljoen passagiers maximaal en 1,2 miljoen ton vracht tegen 3,3 miljoen ton maximaal. Ook het aantal geluidgehinderde woningen ligt nog beneden het maximum.

Voorzitter: de heer Van Kemenade

De heer Kruijmer (RPF/GPV): Mijn reactie wil niet zeggen dat wij voor onbeperkte groei van

zijn. Wij willen wel aangeven dat wij groot belang hechten aan de werkgelegenheid rond en aan de investeringen die er gedaan worden. De enorm snelle groei van betekent dat de toekomst toch nog wel onplezierige beslissingen voor

in petto heeft.

  Het college heeft bij zijn reactie een lijst van maatregelen aangegeven om

goed bereikbaar te houden. Wij willen een zwaar accent leggen op substitutie: enerzijds een versnelde aanleg van de HSL, maar anderzijds - dat ligt minstens op Europees niveau - accijns en BTW op kerosine. Het laatste is een maatregel ter bevordering van substitutie.

  Naar aanleiding van de reactie van het college nog de volgende opmerking. Vorig jaar is de brede maatschappelijke discussie gevoerd. De provincie heeft dat op een goede manier uitgevoerd. Op dit moment ligt de zaak bij het Rijk en dat heeft zo zijn eigen agenda, vragen en dynamiek. In de media is de laatste tijd gediscussieerd over de objectiviteit van de cijfers van het RLD. De NLR heeft een rapport uitgebracht en er wordt onderzoek gedaan naar de locatie Almere. Je kunt je afvragen wat de toegevoegde waarde is van de discussie in de provincie. Uiteindelijk ligt het onderwerp op het bordje van het Rijk; daar ligt de beslissingsbevoegdheid.

  Het is de bedoeling om hierover in de tweede helft van het jaar nogmaals te spreken. Als het kabinet er niet uitkomt, zullen wij er in 1999 weer over praten. Wij vragen ons af of dit uiteindelijk wel effectief is. Wij kunnen iedere keer een paar A4’tjes of meer produceren. Zij komen binnen als ingekomen stukken bij de desbetreffende Tweede-kamerfractie en blijven waarschijnlijk ongelezen. Is het niet effectiever om de weg van de lobby te bewandelen? Iedere partij kan aankloppen bij haar eigen vertegenwoordiging in de Tweede Kamer en de wensen van de provincie doorgeven. Dat is effectiever dan waar wij nu mee bezig zijn en wat er wellicht in de toekomst nog komt.

De heer Achterstraat (CDA): Het lijkt mij een aardig idee om voor de discussie die wij later in het jaar zullen voeren, te beschikken over de motie die wij in 1971 hebben aangenomen. Wij hebben toen ook een hele dag over

gesproken. Ik ben vergeten wat er precies in de motie staat, maar het is wellicht leuk om de inhoud daarvan te vergelijken met het standpunt dat wij nu innemen. Ik wil hiermee ook aangeven dat wij voortdurend over

spreken, ook in de commissie. Ik zou kunnen volstaan met de opmerking dat hetgeen mijn collega Hakvoort heeft gezegd, voldoende is. Wij hebben echter nog wat spreektijd dus ik maak nog enige opmerkingen!

  Mijn meest essentiële opmerking is dat wij op korte termijn zekerheid moeten hebben over de eindoplossing. Als die bekend is, is elke andere tijdelijk en daardoor beter te accepteren. Wij vrezen dat de discussie over de eindoplossing te lang zal duren. Wij moeten ervoor oppassen, geen ” adviseursdemocratie” te worden, waarbij van de ene adviseur naar de andere wordt gestrompeld en geen eigen beleid wordt vastgesteld. Zaterdag is het onderwerp in de regio aan de orde gesteld. De regio vraagt om duidelijkheid over de eindoplossing. Welke dat is, zien wij dan wel, maar zij moet financieel, technisch en ook procedureel haalbaar zijn.

  Wij kunnen ons vinden in het voorstel van GS.

Mevrouw Onstenk (GroenLinks): U zegt dat er duidelijkheid moet zijn over de eindoplossing. Waarom kunt u het dan eens zijn met een tussenstap die bijzonder verstrekkend kan zijn? Ik begrijp dat niet.

De heer Achterstraat (CDA): Dat weet ik helemaal niet. Wij willen geen verstrekkende tussenstappen. Ik heb begrepen dat na de herconfiguratie onderzoek verricht zal worden. Als daaruit een grotere belasting van de regio blijkt, moeten wij het gewoon niet doen.

Mevrouw Onstenk (GroenLinks): Waarom moet een ander dat voor ons vaststellen? Wij zijn toch het middenbestuur? Het is toch onze provincie? Wij kunnen toch zelf ook iets vinden?

De heer Achterstraat (CDA): Wij willen een snelle vaststelling van de eindoplossing en wel zodanig dat zij ook snel te realiseren is. Elke tussenoplossing moet daaraan gerelateerd worden.

  De infrastructuur is heel belangrijk. Daarmee moet serieus worden omgegaan. Ik ben erdoor geschokt dat ik in de krant lees dat de kerosinemafia toch weer zijn zin krijgt. Er is een redelijke oplossing voor het verkeer op de provinciale weg, de N201, maar wat gebeurt er? Onder druk van de kerosinemafia verandert de brugbediening, zodat het wegverkeer weer stokt. Als er één ding is wat heel gemakkelijk tot substitutie kan leiden, is dat het kerosinevervoer. Daarover wordt meestal niet gesproken, daarom noem ik het nog maar eens. Er zijn keurige leidingen waardoor alles vervoerd kan worden, maar de kerosinemafia zorgt ervoor dat wij toch weer terugkomen op goede oplossingen.

  Ik spreek mij niet uit over kritiek op de regering. Misschien dat er in het najaar een andere regering is, waarop wij dan weer kritiek kunnen hebben!

Mevrouw Onstenk (GroenLinks): U kunt ook beginnen met zelf goede besluiten te nemen!

Mevrouw Smit-Boerma (De Groenen): Voorzitter! Tijdens de behandeling van de perspectievennota op 23 juni 1997 verklaarde ik reeds dat het loslaten van de grens van 44 miljoen passagiers onbespreekbaar zou zijn voor De Groenen. Dat was tot op dat moment tevens de opvatting van de staten. Die opvatting is veranderd, zo heb begrepen, althans wat GS betreft en natuurlijk de coalitiepartijen. En nu is dus de IBV aan de orde ofte wel de integrale beleidsvisie over de toekomst van de luchtvaart.

  Overigens, voorzitter, is u niet iets merkwaardigs opgevallen aan het formaat van dat IPV? Het is een klein compact werkje en dat is vreemd als je een vergelijking maakt met hetgeen er moet gebeuren als je bijvoorbeeld een slootje vijf centimeter wilt verleggen. In dat geval krijg je kilo’s papier met veelkleurige typografisch verantwoorde kaarten thuisbezorgd. Nu ligt er een dun boekje voor ons van zo’n 100 pagina’s, waarvan eenderde uit foto’s bestaat. Het is natuurlijk verbeelding van mij, want anders zou ik zeggen: kijk, dit is de aangewezen weg om iets onder het tapijt te vegen. Mijn verwachting is dat mij in het najaar van 1998 de uiteindelijke overwegingen zullen worden verstrekt in het formaat van een handige zakagenda.

  Verder moet mij van het hart dat wij deze discussie oorspronkelijk in december 1997 zouden hebben gevoerd, terwijl dit agendapunt pas vandaag met veel pijn en moeite is opgevoerd. Of vinden GS dit onderwerp misschien maar lastig? Wellicht vinden zij dat er al genoeg over gepraat is of iets dergelijks. Dat gezeur over lawaai, stank en luchtverontreiniging moet maar eens afgelopen zijn. Kom op! Allemaal met een schop over de schouder naar het werk, om onder luid gezang snel een eilandje aan te leggen voor de vliegtuigjes. En om aan dat gezever over het milieu tegemoet te komen, leggen wij er een vogeleilandje naast.

  Voorzitter! Laten wij maar eerlijk zijn: dit staat als meest voor de hand liggende conclusie in de IBV. Op bladzijde 42 staat letterlijk: ” Investeringskosten. Voor wat betreft de meest kansrijke zoekgebieden zijn de globale kosten ... ” Er volgt dan een rekensommetje van iets tussen de 40 en 55 mld. Dat is gemaakt door het bureau Rand, de privéadviseur van de heer Kok als ik het goed begrepen heb.

  Eigenlijk is de uitspraak van Rand praktisch identiek aan het besluit dat provinciale staten op 23 juni 1997 hebben genomen. De staten willen in feite ook zo’n eiland waardoor

door kan groeien naar een soort monstrueus concept. Als het kabinet dit besluit ook neemt, zal het een groot deel van de Noord-Hollandse bevolking duur komen te staan. De werkgelegenheid zal natuurlijk toenemen. Maar het is zeer de vraag of dit zal gebeuren in de orde van grootte zoals voorspeld. Nergens heb ik een staatje kunnen vinden waarin precies wordt uitgelegd waar die werkgelegenheid ontstaat. Wel heb ik rapporten over de gezondheidstoestand van de mens onder invloed van vervuiling en herrie gelezen. Die rapporten zijn zeer somber. Men moet zich dan voorstellen dat iemand wel werk heeft, maar binnen de kortst mogelijke tijd in de WAO terechtkomt, aangezien zijn gezondheid naar de knoppen gaat.

  Gedeputeerde staten zullen naar aanleiding van de overwegingen, discussies en besluiten in het najaar van 1998 een voorstel doen aan provinciale staten. En dan zouden wij kunnen beslissen over de bespreekbare optie van ” uttemetut” banen erbij op

of één of meer eilanden voor de kust; allemaal op de middellange en de lange termijn.

  Wat zo vreemd is aan deze redenatie is dat er in het geheel niet wordt gesproken over de configuratie elders. Steeds gaat het over de herconfiguratie van

, met en zonder het eiland, maar het is ook mogelijk dat het kabinet

wil opheffen. Ik weet dat daar nu wat vreemd tegen aangekeken wordt, maar ik wijs erop dat er in het IBV zeer duidelijke scenario’s worden aangegeven, waarbij met name Groningen, het oosten en het zuid-oosten van het land een rol spelen. Een indicatie van de denkrichting van de Kamer kunnen wij hoogstwaarschijnlijk pas vanavond vernemen, aangezien vandaag de vaste Kamercommissie voor Verkeer en Waterstaat bijeenkomt om de verschillende opties te bekijken. Dit punt is zeer interessant geworden omdat vlak over de Duitse grens een militair vliegveld wordt opgeheven en het dorp Lahrbruch bij Weeze vlast op een grote burgerluchtvaarthaven. Deze plaats ligt pal naast é én van de configuratie-opties van de IBV.

  Maar goed, voorzitter, ik zal mij niet verder in dat soort speculaties begeven. Wij moeten er echter toch goed rekening mee houden dat het dubbeltje wel eens de andere kant op kan vallen. Waar zo’n vliegveld ook wordt gevestigd - nieuw of een uitbreiding van het oude; in Noord-Holland, elders in Nederland of in het buitenland - onze partij is tegen uitbreiding van de luchtvaart in de vorm zoals nu wordt voorgesteld. Dat moet als een paal boven water staan. Niet voor niets noemde ik de grens van 44 miljoen passagiers in het begin van mijn betoog. Het is de visie van De Groenen dat zelfs de groei tot 44 miljoen passagiers onaanvaardbaar is. Wij hebben steeds beweerd dat 20 miljoen al erg genoeg was bij de huidige stand van de technologie. Dat betekent dus zelfs een teruggang van het huidige aantal passagiers.

  Ik wil er echter bij dezen op wijzen dat de IBV een door Rand berekend scenario bevat waarin het aantal passagiers op 14 miljoen wordt gesteld en ook gehandhaafd. Ik doel op het vijfde scenario op bladzijde 76. Indien de scenario’s bespreekbaar zijn, moet ook dit scenario duidelijk in beeld worden gebracht.

  Er is sprake geweest van grote geldstromen, zo staat in de IBV. Ik noemde al een bedrag van 55 mld. De Groenen blijven bij hun standpunt dat met dit soort bedragen anders kan worden omgesprongen. Stel dat wij dit bedrag investeren in een ander soort werkgelegenheid; de duurzame, kleinschalige economie, dan is de kans groot dat de werkgelegenheid die daaruit voortkomt groter is dan de voorspelde werkgelegenheid bij de luchthaven.

Voorzitter! Ik rond af.

De voorzitter : Sterker nog, uw spreektijd is om. U heeft nog één zin.

Mevrouw Smit-Boerma (De Groenen): Gezien de inhoud van de voordracht zijn De Groenen tegen dit besluit.

De heer Bruystens (AOV/OU55+): Voorzitter! Mijn fractie kan kort zijn over de reactie van GS d.d. 10 februari 1998 aan het kabinet op de integrale beleidsvisie inzake de toekomst van de luchtvaart in Nederland. Ik noem nogmaals onze hoofdpunten. Ons staat een beperking van de groei van de luchtvaart voor ogen. Wij zien meer in de uitbreiding van vervoer per rail en voor de middellange afstand per HSL. In onze optiek blijft

de enige nationale luchthaven, met als hoofddoelstelling transatlantisch luchtvervoer.

  Wij kunnen ons vinden in de maximalisatie en herconfiguratie van

. Een overloop op iets langere termijn van een groot deel van de vrachtactiviteiten naar de Maasvlakte zal zeker verlichting brengen omdat een relatief veel ruimte vragende sector zal verlaten. Tevens treedt hierdoor een verlichting in de verkeersdrukte en milieubelasting op en rondom op. Door het meer inschakelen van regionale vliegvelden voor vakantie- en chartervluchten zal een belangrijke bijdrage worden geleverd aan vermindering van de milieubelasting in de regio

. Tevens wordt hiermee tegemoetgekomen aan de wens van spreiding van werkgelegenheid over de regio’s.

  Voorzitter! Verder verwijzen wij naar onze tekst uitgesproken in de statenvergaderingen van mei en december 1997. Gelezen de voordracht van GS inzake de strategische luchtvaartontwikkeling, komen wij tot de conclusie dat wij het besluit niet kunnen steunen op het punt van het bieden van een eindoplossing voor de langere termijn.

Mevrouw Berman (D66): Voorzitter! In de korte spreektijd die mij gegeven is, stip ik de standpunten aan die wij hebben ingenomen tijdens de nut-en-noodzaak-discussie van vorig jaar. Maatregelen die zijn aangegeven in het PKB-besluit moeten met kracht en voortvarend worden uitgevoerd.

is de nationale luchthaven en moet dat ook blijven op de locatie in de Haarlemmermeer. Binnen de gestelde PKB-milieugrenzen zijn er groeimogelijkheden voor

op de huidige locatie, met name door aanpassing van het banenstelsel en optimalisatie van aanvliegprocedures en dergelijke. Wij zijn bereid, de volumegrens voor passagiers en vracht los te laten. Bij nader inzien is dat een minder geschikte milieugrens, omdat het aantal passagiers niet rechtevenredig is met het aantal vliegbewegingen.

Mevrouw Onstenk (GroenLinks): Stelt u daarvoor in de plaats grenzen aan het aantal vliegbewegingen?

Mevrouw Berman (D66): De normen voor de geluidhinder bepalen bijvoorbeeld de milieugrenzen, dus ook het aantal vliegbewegingen.

Mevrouw Onstenk (GroenLinks): Op een verkiezingsaffiche van uw partij lees ik dat D66 wil dat er minder fossiele brandstoffen worden gebruikt. Als er meer passagiers komen, zijn daarvoor meer vliegtuigen nodig. Wat voor brandstof wordt daar dan voor gebruikt?

Mevrouw Berman (D66): Door het gebruik van grotere vliegtuigen kunnen met minder vliegbewegingen meer passagiers vervoerd worden.

Mevrouw Onstenk (GroenLinks): U wilt wel een grens stellen aan het aantal vliegbewegingen?

Mevrouw Berman (D66): De milieugrenzen bepalen het aantal vliegbewegingen; de contouren.

  Voorzitter! Wij zijn tegen een volledige verplaatsing van de luchthaven en ook tegen verplaatsing van alle banen. Dat is geen reële optie en bovendien ongewenst. Op die manier kan het erop lijken dat de luchtvaart de mogelijkheid krijgt om onbeperkt te groeien. De massieve investeringen op

mogen echter niet vernietigd worden. Daarbij komt dat iedere andere oplossing afbreuk doet aan de status van mainport van

.

  Voorzitter! De fractie van D66 wijkt op een essentieel onderdeel af van het GS-standpunt, toen en nu. Wij kiezen niet voor uitplaatsing van de luchtvaartactiviteiten naar de Noordzee. Ik constateer dat ook de regering in haar integrale beleidsvisie aankoerst op groei van

door middel van optimalisatie en herfiguratie. Naar mijn mening ziet het kabinet een en ander niet als een tussenoplossing maar als een mogelijk definitieve oplossing. In afwachting van de onderzoeksresultaten met betrekking tot de andere opties spreekt het kabinet zich hier nog niet over uit.

  Er is een grote mate van overeenkomst tussen het standpunt van D66 en dat van de regering. Het is duidelijk te merken dat wij wel meeregeren in Den Haag. Ik constateer overigens dat het standpunt van GS een beetje opgeschoven is. De zaak wordt daardoor niet duidelijker. De optie van optimalisatie en herconfiguratie wordt onder voorwaarden bespreekbaar als een noodzakelijke tussenstap. Naar onze mening kan dit nooit een tussenstap zijn. Het nieuwe kabinet zal bij zijn aantreden gevraagd worden om een principebesluit te nemen. Er wordt nu een tussenstap gezet, terwijl tegelijkertijd gewerkt wordt aan de realisatie van de eindoplossing. Ik denk dat er geen investeerder te vinden is die geïnteresseerd is in die tussenstap. Volgens mij is dit een onmogelijke combinatie.

  PS bevestigen vandaag het collegestandpunt dat al onder de aandacht van het kabinet is gebracht. Dit standpunt bevat een groot aantal behartigenswaardige punten, die D66 dan ook steunt. Wij zijn echter tegen de punten 1.1, 1.2 en 1.4.

De heer Tielrooij (lid van gedeputeerde staten): Voorzitter! Ik heb de indruk dat de woordvoerder van de fractie van GroenLinks over het hoofd van het college heen de discussie met het kabinet aan wil gaan. Ik neem aan dat die discussie later in Den Haag zal plaatsvinden. Ik vond overigens de discussie tussen de fracties van GroenLinks en D66 op zichzelf zeer boeiend.

  Voorzitter! Ik beperk mij tot de hoofdlijnen. De fractie van GroenLinks suggereert dat het college het begrip “grenzen zijn grenzen, zoals vastgelegd in het desbetreffende statenbesluit” heeft losgelaten. Dat is echter volstrekt onjuist. Dat is bezijden de waarheid. Ik ben het ook niet eens met mevrouw Berman. De duidelijkheid van het standpunt van GS ten aanzien van de explicitering van de wensen van de staten is ten opzichte van vorig jaar alleen maar toegenomen.

  Ik ga niet in discussie over de vraag of de bijdrage van

aan de werkgelegenheid bescheiden of groot is. De cijfers van de afgelopen jaren - harde cijfers en geen prognoses - spreken duidelijke taal.

Mevrouw Onstenk (GroenLinks): Voorzitter! Ik geloof toch dat ten aanzien van de werkgelegenheid de wens de vader van de gedachte is. Die harde cijfers van het afgelopen jaar tonen aan dat

niet meer dan 3.000 nieuwe banen heeft opgeleverd, terwijl het totaal in Nederland in dat jaar 100.000 was. Van die 3.000 banen worden er 600 vervuld door uitzendkrachten. Ik weet niet precies hoeveel parttimefuncties en tijdelijke banen er onder de overige 2.400 zijn. Mijn stelling is dat elke baan er één is, maar dat de bijdrage aan de groei van de totale werkgelegenheid zeer bescheiden is. Menig econoom is die mening ook toegedaan.

De heer Tielrooij (lid van gedeputeerde staten): Mevrouw Onstenk, ik ben het volstrekt met u oneens. Er is sprake van een regionale uitstraling. De groei van het aantal banen beperkt zich niet tot degenen die de koffers op de band zetten en de tickets in ontvangst nemen. In de regio

groeit de werkgelegenheid vier keer sneller dan landelijk. Dat spreekt boekdelen. Daar komt bij dat het zowel om hoogwaardig als om ongeschoold werk gaat. De toonzetting van uw opmerkingen over tijdelijk werk is tendentieus. U doet het voorkomen alsof dat geen volwaardig werk is en daarmee doet u veel mensen onrecht. De totale werkgelegenheidseffecten van

dragen wel degelijk veel bij aan welvaart en welzijn van mensen in een groot gebied rond de luchthaven.

Mevrouw Onstenk (GroenLinks): Het gaat mij er niet om, een kwaliteitsoordeel te geven over de banen, hoewel de betrokken vakorganisatie van mening is dat er steeds meer pulpcontracten op

worden afgesloten. Het gaat mij om de bijdrage aan de gehele werkgelegenheidsgroei in Nederland. Die schat u veel hoger in dan menig econoom en ook de fractie van GroenLinks.

De heer Tielrooij (lid van gedeputeerde staten): Ik verwijs naar de brief van de kamer van koophandel Amsterdam en omstreken, waarin niet alleen de kwantiteit van de werkgelegenheid wordt beschreven maar ook de kwaliteit. Er wordt aangegeven dat er een duidelijke relatie is tussen de ontwikkeling van een mainport en een brainport. Het omlaag brengen van de groei van de luchtvaart levert geen bijdrage aan dat laatste.

De heer Pluckel (VVD): Voorzitter! Wat bedoelt mevrouw Onstenk met “pulpcontracten”?

Mevrouw Onstenk (GroenLinks): Dit zijn tijdelijke contracten met een slechte verzekering. Dit betreft bijvoorbeeld oproepkrachten die geen zekerheid hebben over de aard van hun werk en hun werktijden. Als de werkgelegenheid als argument wordt gebruikt, mogen er ook eisen worden gesteld aan de duurzaamheid ervan.

De heer Tielrooij (lid van gedeputeerde staten): Voorzitter! De heer Pluckel heeft over de oostbaan gesproken. Ik neem aan dat hij de Buitenveldertbaan bedoelt. Daarvan mag uitsluitend gebruikgemaakt worden bij extreme weersomstandigheid. De overlast van de Buitenveldertbaan wordt in feite tot een minimum gereduceerd.

De heer Pluckel (VVD): Ik zou hetzelfde graag van de oostbaan willen weten. Die vraag kan eventueel later beantwoord worden. Het is echter wel belangrijk om te weten welke functie die baan op den duur krijgt, mede met het oog op de parallelle baan.

De heer Tielrooij (lid van gedeputeerde staten): Dit lijkt mij een onderwerp dat te zijner tijd in de commissie aan de orde kan komen.

  De woordvoerder van het CDA, de heer Achterstraat, heeft de kern van het verhaal beschreven. Op korte termijn kan de optimalisatie van

met de 5P-baan alleen gestalte krijgen als deze oplossing past in de eindvisie van het kabinet. Dat is van wezenlijk belang. Daarom wordt in het besluit ook gesproken van een duurzame oplossing op termijn. Het college is van mening dat het nieuwe kabinet - erop gelet dat in juni aanstaande de rapporten verschijnen - in september helderheid kan geven over de definitieve eindoplossing in verband met de groei van

. Hierover moet dan uiteraard bij de kabinetsformatie overeenstemming worden bereikt. Deze duidelijkheid is van belang voor de omwonenden en ook voor degenen die van de luchthaven gebruikmaken. Ik onderschrijf de woorden van de heer Achterstraat op dit punt.

  Voorzitter! Ik heb met kromme tenen naar het betoog van de vertegenwoordiger van RPF/GPV geluisterd. Hij duidde statenbesluiten aan als ongelezen papiertjes die in Den Haag terechtkomen. Ik snap niet wat hij nog in deze zaal doet. Hier vindt democratische besluitvorming plaats waarvan in redelijkheid mag worden verwacht - ik wijs op de beantwoordingsbrief van de minister-president aan het college - dat zij een rol speelt in de afwegingen die terecht op rijksniveau worden gemaakt. Als de heer Kruijmer op voorhand, terwijl hij daar geen enkele aanwijzing voor heeft, aanneemt dat statenbesluiten en de daaruit volgende brieven aan het kabinet wel in de la zullen verdwijnen, plaatst hij zich daarmee op een zodanig niveau dat de vraag kan rijzen of hij nog wel zinvol bezig is. Ik vind dat de heer Kruijmer volstrekt verkeerd bezig is. Mevrouw Onstenk heeft er terecht op gewezen dat hier politieke besluitvorming plaatsvindt door het middenbestuur. Ik spreek overigens liever over regionaal bestuur, want het begrip “middenbestuur” is niet meer van toepassing op de provincies. Als de besluiten van het regionaal bestuur goed onderbouwd zijn - en dat zijn deze besluiten - spelen zij wel degelijk een rol in de discussie in Den Haag. Dat betekent niet dat wij in alles gelijk krijgen.

  Voorzitter! In de voordracht is een vrij uitvoerige beschouwing opgenomen over het begrip “selectief beleid”. In dit verband gaat het om de wijze waarop de vliegtuigen worden binnengebracht, het prijsbeleid, de heffingen en de HSL. De VVD heeft terecht over het hoofd van GS heen het kabinet aangespoord, niet langer te dralen met dit project en ook niet met de landzijdige ontsluiting. Mevrouw Onstenk heeft er terecht aandacht voor gevraagd dat aangegeven moet worden op welke wijze de landzijdige ontsluiting gestalte zal krijgen. Dit geldt natuurlijk ook voor de ontsluiting die gerealiseerd moet worden wanneer voor de Noordzee wordt gekozen. Dit punt is van groot belang voor degenen die in dat gedeelte van Noord-Holland wonen.

  Voorzitter! Ik ben het volstrekt met de heer De Jong eens dat

recht heeft op een vrij omvangrijke bijdrage uit de ICES-gelden. Hiervoor moet zeker aandacht zijn bij de kabinetsformatie. De bijdrage aan de werkgelegenheidsgroei van

is groot en er zijn grote projecten nodig in verband met de ontsluiting via de weg en via het spoor. Het kabinet moet daarvoor verantwoordelijkheid nemen of het moet aangeven dat hieraan bij de discussie in september consequenties verbonden zullen worden. Dat mogen wij zeker van het kabinet vragen.

  Tot slot zeg ik tegen mevrouw Smit dat GS een discussie in de staten nooit lastig vinden. GS waren alleen van mening dat, gelet op eerdere besluitvorming, dit debat niet tot de meest noodzakelijke werkzaamheden van statenleden behoort. Lastig is het echter nooit.

Mevrouw Onstenk (GroenLinks): Deze conclusie lijkt mij niet terecht. Niemand blijkt gelukkig te zijn met deze tussenstap en ook niet met het advies. Dit blijkt voorbarig te zijn verstuurd. Na deze discussie was het waarschijnlijk in die vorm niet de deur uitgegaan.

De heer De Zeeuw (lid van gedeputeerde staten): Voorzitter! Mevrouw Onstenk vond mijn benadering goedkoop. Ik ben dat niet met haar eens. Op enkele punten hebben collega Wildekamp en ondergetekende het nodig gevonden om een minderheidsstandpunt in te nemen. De lijn is echter dat wordt geprobeerd om het binnen het college eens te worden. Dat is bij de beoordeling van de tussenstap op hoofdlijnen het geval. Er zijn wat accentverschillen. Ik verwijs naar het betoog van de heer De Jong. De visie op het eindbeeld is van zeer groot belang. Naarmate de eindvisie duidelijker en realistischer wordt, zijn er meer mogelijkheden voor tussenstappen. Dat is de hoofdlijn van deze voordracht en om die reden steunen wij haar. De discussie gaat echter door. Het is heel goed mogelijk dat in het vervolg daarvan weer accentverschillen blijken. In dit stadium van de discussie achten wij de voordracht toereikend.

De heer De Jong (PvdA): Voorzitter! Er wordt kennelijk nogal selectief gelezen. Ik verwijs expliciet naar punt 1.3 van de voordracht voor zover er bij meer dan é én spreker misverstand over het standpunt van de PvdA-fractie bestaat.

De heer Kruijmer (RPF/GPV): Voorzitter! Mevrouw Smit heeft gesproken over een eventueel vliegveld in Duitsland. De fractie van RPF/GPV heeft vorig jaar en ook onlangs nog in de commissie gezegd dat een vliegveld in het oosten van Nederland of in Duitsland een goede oplossing is. Wij mogen hopen dat Duitsland daartoe besluit.

Mevrouw Smit-Boerma (De Groenen): U heeft toch wel begrepen dat De Groenen ook daartegen zijn?

De heer Kruijmer (RPF/GPV): Dat klopt, maar ik beschouw dit als een mogelijke oplossing. Er is in die regio een groot reizigerspotentieel. Hamburg ligt ten noorden en Frankfurt ten zuiden. Dagelijks wordt er door Duitsers naar

gependeld. Een dergelijk vliegveld vermindert de automobiliteit drastisch. Ik geloof niet dat daardoor in gevaar komt. De groei wordt alleen getemperd, maar

zal economisch gezond blijven.

  De gedeputeerde heeft nogal sterk gereageerd op mijn eerste termijn. Ik heb alleen vraagtekens willen plaatsen bij de effectiviteit van alle discussies die wij hier voeren.

De heer Tielrooij (lid van gedeputeerde staten): Die neiging had ik vanmorgen bij een ander agendapunt ook.

De heer Kruijmer (RPF/GPV): Dat geldt voor meerdere agendapunten. De brede maatschappelijke discussie van vorig jaar is prima georganiseerd door de provincie. Nu zijn wij echter voortdurend bezig met een onderwerp waarover door het Rijk besloten wordt. Ik heb het idee dat wij een beetje achter de feiten aanlopen. Ik vond de reactie van de gedeputeerde op mijn betoog een beetje overtrokken.

Mevrouw Berman (D66): Voorzitter! De heer De Zeeuw doet de historie enigszins geweld aan met zijn opmerking over het minderheidsstandpunt dat hij ooit samen met mevrouw Wildekamp heeft ingenomen. Toen ging het over het gebruiksplan

en niet over dit onderwerp.

De heer De Zeeuw (lid van gedeputeerde staten): Ook toen ging het over

.

Mevrouw Berman (D66): U heeft zich nooit gedistantieerd van het standpunt van GS en PS; vorig jaar niet en nu ook niet. Een gebruiksplan vind ik een totaal ander onderwerp, ook al is dat het gebruiksplan van

.

De heer De Zeeuw (lid van gedeputeerde staten): Voor de mensen gaat het allemaal over

!

De voorzitter : De stemmingen zullen aan het eind van de ochtendvergadering plaatsvinden.


Reacties op dit bericht