Platform Vlieghinder Regio Castricum
 

Minister over 3e rapportage Commissie Eversdijk

 |
 Geplaatst door: redactie 
 |
 Bekeken: 562 
|
 PVRC 
Minister over 3e rapportage Commissie Eversdijk

Van REDACTIE:

Aan deze belangrijke briefwisseling is tot nu toe geen publieke aandacht geschonken. Een reden is dat de publicatie achter loopt op de briefwisseling, met name ook omdat de minister uiteraard eerst van de reactie kennis moet nemen voor de brief wordt gepubliceerd.
De briefwisseling staat nu op de website van de commissie —> ‘reactie opdrachtevers op 3e voortgangsrapportage, inclusief reactie CDV’.
Vanwege het belang dat de minister blijkbaar aan toegankelijkheid copieren wij hier de brief in een direct toegankelijke vorm. Wij onthouden ons van commentaar.
__________________________________________________________

Aan
de voorzitter van de Commissie
Deskundigen Vliegtuiggeluid
de heer drs. H.E. Eversdijk
p/a/ Postbus 90771
2509 LT DEN HAAG

Datum 22 december 2004

Ons kenmerk: DGL/04.U02554
Uw kenmerk: cdv03.br033

Onderwerp:

Reactie op Derde voortgangsrapportage CDV


Geachte heer Eversdijk,


Ik dank u voor de derde voortgangsrapportage van de Commissie Deskundigen Vliegtuiggeluid.
In uw rapportage nodigt u mij en mijn collega van VROM uit om een visie te geven op het begrip “flexibiliteit”. In deze brief geef ik u mede namens de staatssecretaris van VROM mijn visie, met daarnaast een reactie op uw derde voortgangsrapportage.

Visie op flexibiliteit van een handhavingssysteem in het buitengebied

In uw rapportage geeft u aan dat grenswaarden onvermijdelijk leiden tot een zekere inflexibiliteit. In algemene zin ben ik het eens met deze stelling. Meer grenzen leiden in het algemeen immers tot meer beperkingen. Meer grenzen zijn echter geen probleem zolang de luchtvaartsector de ruimte binnen die grenzen maar optimaal kan benutten en dat het geen teruggang in de capaciteit betekent, nu en in de toekomst. In de toekomst, omdat het gebruik van de luchthaven steeds zal blijven veranderen: andere vloot, de hoeveelheid verkeer, de verdeling van het verkeer over de bestemmingen, etcetera.

Ik vind het van belang dat het aanvullend systeem niet leidt tot minder groeiruimte voor het vliegverkeer dan in het huidige regelgeving voor Schiphol. Ik wil u daarom vragen in uw voorstellen voor een aanvullend handhavingssysteem rekening te houden met de realiteit van het vliegverkeer zoals dat op een mainport moet kunnen worden afgehandeld. Dat betekent onder meer dat een verkeersstroom met een grote variatie aan vliegtuigtypen met verschillende navigatiesystemen veilig afgehandeld moet kunnen worden. Bovendien zal de samenstelling van deze verkeersstroom in de loop der jaren veranderen, en daarmee ook de navigatiesystemen en de hoeveelheid verkeer. Het is van belang dat in het aanvullend systeem rekening wordt gehouden met deze ontwikkelingen.

Daarnaast is het van belang te weten wat een aanvullend systeem oplevert: wat draagt het bij aan een verdere beheersing van de overlast? Wat levert het concreet op voor de omwonenden? Een andere verdeling van het geluid, zodat bijvoorbeeld woongebieden meer vermeden kunnen worden door het vliegverkeer? Of valt er vooral winst te boeken in duidelijkheid over de effecten van het vliegverkeer die de omwonenden kunnen verwachten, liefst in eenheden die aansluiten bij de beleving en die voor hen begrijpelijk zijn (bijvoorbeeld: hoeveel verkeer kan ik maximaal verwachten en wanneer?).
Tot slot acht ik het van belang dat het aanvullend handhavingssysteem rekening houdt met veranderingen in het gebruik van de luchthaven in de toekomst. Wat gebeurt er als er routes worden verlegd, of een baan meer en een andere minder wordt gebruikt? Biedt het systeem ruimte voor zulke wijzigingen?


Reactie op de derde voortgangsrapportage


Geluidsmetingen voor informatievoorziening
In uw rapportage gaat u in op geluidsmetingen voor de informatievoorziening. U heeft de technische specificaties voor zo’n meetsysteem in uw rapportage gegeven. U geeft daarbij aan dat het ontwikkelen van een zinvol geluidsmeetsysteem begint met de vraag welke informatie omwonenden en bestuurders precies willen. Daarom acht u het verstandig om een inventarisatie te maken van wat mensen graag willen weten. Ik deel uw analyse en wil u graag vragen zo’n inventarisatie uit te voeren, zodat u op basis daarvan een adequaat meetsysteem voor de informatievoorziening kan uitwerken.

Zoals u weet acht ik het een verantwoordelijkheid van de luchthaven om haar omwonenden te informeren over de effecten van het vliegverkeer in de omgeving van de luchthaven. Ik ben benieuwd hoe de luchthaven daaraan met geluidsmetingen tegemoet kan komen. Daarbij lijken de volgende vragen relevant:
• Kan de informatievoorziening worden gebaseerd op bestaande meetsystemen of moet een nieuw systeem worden opgebouwd?
• Op welke locaties dienen de metingen plaats te vinden? Is het bijvoorbeeld mogelijk om met een beperkt aantal meetposten een goed beeld te schetsen van de geluidssituatie in woongebieden?
• Wat zijn de kosten voor een dergelijk meetsysteem?
• Hoe kan het meten voor de informatievoorziening op zo kort mogelijke termijn gerealiseerd worden?
• Hoe kan de informatie toegankelijk worden gemaakt voor omwonenden?

Alternatieve handhavingsystemen
In uw tweede voortgangsrapportage heeft u een aantal aanvullende handhavingsystemen voor het buitengebied besproken. Deze systemen zijn gebaseerd op uitbreiding van het aantal handhavingpunten. In mijn brief van 11 juni 2004 heb ik u gevraagd om te onderzoeken of er alternatieve systemen denkbaar zijn. Daarbij heb ik een aantal opties als voorbeeld genoemd zonder de pretentie te hebben om volledig en juist te zijn.
Voor mij gaat het om de vragen: wat levert het op voor de mensen in de omgeving? Wordt het stiller? Ontstaat er meer duidelijkheid over wat zij kunnen verwachten? En: kan de luchtvaartsector er in de praktijk mee werken?
Ik zou u willen vragen om vanuit dat perspectief te kijken of er andere mogelijkheden zijn voor een alternatief handhavingsysteem. De door u onderzochte maten NA60 en NA70 bieden wellicht mogelijkheden, maar ook op basis van de bestaande geluidmaten (Lden, Lnight) ben ik benieuwd naar kansen.

Geluidsmetingen voor handhaving
In uw rapportages richt u zich op twee alternatieven voor het gebruiken van geluidsmetingen in de handhaving:
1. handhaving op basis van geluidsmetingen;
2. meten voor de verbetering van rekenmodellen; handhaving op basis van berekeningen.

Ik ben benieuwd of er nog andere alternatieven denkbaar zijn, zoals handhaving op gemeten geluidsniveaus van individuele vliegtuigen. Wellicht heeft u die al afgewogen en niet geschikt geacht. Kunt u aangeven of dergelijke alternatieven mogelijk interessant zijn, dan wel aangeven waarom dergelijke opties niet de moeite waard zijn om te onderzoeken?

Op dit moment onderzoekt u de oorzaken voor verschillen tussen meten en berekenen. Daarmee lijkt het onderzoek momenteel vooral gericht op de uitwerking van het tweede alternatief. Ik wil u vragen of het in dit stadium reeds mogelijk is om op basis van de voor- en nadelen een voorkeur uit te spreken voor één van de alternatieven. In een later stadium zou dan gericht detailonderzoek kunnen plaatsvinden, dat aansluit bij de gekozen optie. Daarmee zou tijd en geld kunnen worden bespaard. Mocht dit mogelijk zijn, dan hoor ik dat graag.

Tot slot: de commissie heeft een complexe opdracht. Daarbij komen al snel veel technische elementen aan de orde. Het is echter van groot belang dat de voortgangsrapportages van de commissie toegankelijk zijn voor een breed publiek. Ik verzoek u dan ook om hier in uw voortgangsrapportages expliciet aandacht aan te besteden.

Ik dank u voor de rapportage en wens u succes met de vervolgstappen.

Met vriendelijke groet,

DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT,

(was getekend)

Karla Peijs


Reacties op dit bericht