Platform Vlieghinder Regio Castricum
 

Interview bestuursleden Platform Vlieghinder Gemeente Castricum

 |
 Geplaatst door: webbeheer 
 |
 Bekeken: 669 
|
 CROSNET 
Interview bestuursleden Platform Vlieghinder Gemeente Castricum

26 september 2006

Begin augustus heeft er een interview plaatsgevonden met twee bestuursleden van het Platform Vlieghinder Regio Castricum (PVRC); Erwin von der Meer en Gerrit Huiting. Beide heren hebben een duidelijke mening over Schiphol en haar relatie met omwonenden. In dit interview zal aandacht besteed worden aan de rol van de CROS, het convenant tussen de luchtvaartsector en het Rijk besproken worden en welke rol het PVRC in het dossier Schiphol heeft.

Personalia
Erwin von der Meer, 61 jaar, 18 jaar woonachtig in Bakkum, getrouwd en vader van 2 dochters. Sinds anderhalf jaar actief als voorzitter in het bestuur van het PVRC. Na de HBS carrière gemaakt in de chemie en werkzaam geweest bij chemieconcern Hoechst. Hier heeft hij zich beziggehouden met de verkoop van grondstoffen en de marketing in zowel Benelux als Duitsland. Gedurende zijn carrière heeft hij o.a. marketing gestudeerd (NIMA-C) en opleidingen gevolgd aan de Harvard University, IMD in Lausanne, Universität Giessen en USW in Erfstadt. Bij Hoechst is hij uiteindelijk verkoopdirecteur Nederland geworden. Na zijn carrière bij Hoechst is hij werkzaam geweest bij de brancheorganisatie van de chemische industrie VNCI waarbij hij zich voornamelijk bezig heeft gehouden met het convenant chemie en de emissie handel van CO2 en NOx.

Gerrit Huiting, 63 jaar, 16 jaar woonachtig in Castricum, getrouwd. Reeds 2 ½ jaar actief in het bestuur van het PVRC en is mede oprichter van het platform. Na de HBS en HTS elektrotechniek heeft hij zich bezig gehouden met de computerontwikkeling. Vervolgens heeft hij 35 jaar gewerkt in de energiebranche. Tijdens zijn carrière heeft hij Hogere Gastechniek bij Gastec, Bedrijfseconomie bij ISW en Bedrijfskunde aan de universiteit van Twente gestudeerd. Bij Eneco heeft hij zijn carrière afgesloten als regionaal directeur.



De Cros
De CROS is een instituut waar het PVRC alleen indirect toegang toe heeft via de CROS bewonersvertegenwoordiger. Het PVRC onderhoudt een goed contact met deze bewonersvertegenwoordiger en de gemeente. Elke maand vindt er een overleg plaats tussen het PVRC, de betreffende wethouder, de CROS bewonersvertegenwoordiger en ambtenaren van de milieudienst IJmond. De uit dit overleg resulterende besluiten worden vaak door de gemeente uitgedragen als officieel standpunt.

De samenstelling van de CROS wordt door beide heren als onevenwichtig ervaren. Zowel qua samenstelling als qua kennis. De kennis zit bij de sector. De samenstelling is volgens Huiting in onbalans omdat de gemeenten met een “dubbele pet” op in de CROS zitten. Aan de ene kant vertegenwoordigt de gemeente de milieubelangen van de omwonenden en aan de andere kant is er het economisch belang van de gemeente. Er is echter sprake van tegenstrijdige belangen tussen enerzijds de sector en Schiphol en anderzijds de omwonenden. De gemeenten hoeven daarbij niet altijd de kant van de omwonenden te kiezen. De ideale situatie zien de heren als volgt. Het Rijk zal duidelijke wettelijke randvoorwaarden moeten stellen aan de milieuruimte waarbinnen Schiphol zich mag ontwikkelen. Vervolgens zal Schiphol met de omwonenden uit de omgeving om de tafel moeten gaan zitten om, binnen deze wettelijke voorwaarden, tot overeenstemming te komen over een aanvaardbare balans tussen de wensen van Schiphol en die van de omwonenden. Dit alles op basis van onafhankelijk verkregen en gedeelde kennis.

Het Convenant
Hoewel zij beiden een positieve grondhouding hebben ten aanzien van een convenantaanpak die tot doel heeft het oplossen en verminderen van de huidige en verder te verwachten overlast van Schiphol, zien Von der Meer en Huiting geen heil in de tot nu toe voorgestelde vorm. Zij hechten veel waarde aan een duidelijk sturende rol van het Rijk die de luchtvaartsector, door middel van duidelijke wetten, de randvoorwaarden oplegt waarbinnen Schiphol zich mag bewegen. Deze randvoorwaarden dienen betrekking te hebben op verschillende gebieden, zoals milieu, ruimtelijke ordening en luchtvaartregels. Het Rijk zal zich boven de partijen moeten plaatsen en de grenzen moeten aangeven. Dus het Rijk geeft aan wat toelaatbaar is voor de omwonenden en met dat gegeven vraagt het Rijk aan de veroorzaker van de ellende hoe zij in bijvoorbeeld de vorm van een convenant hier invulling aan willen geven.

Momenteel echter legt het Ministerie van Verkeer en Waterstaat volgens Von der Meer, het initiatief voor een convenant bij de luchtvaartsector. En dat is op zijn minst erg naïef van V&W aangezien er sprake is van tegenstrijdige belangen. De luchtvaartsector zal nooit het knapste jongetje van de klas gaan spelen en zal dus richting V&W zeggen dat ze hard hun best doen maar dat ze weinig ruimte zien voor oplossingen. En dat kan niet de bedoeling zijn volgens Von der Meer.

In alle bedrijfstakken in Nederland stelt het Rijk duidelijke randvoorwaarden op waarbinnen de partijen met het realiseren van een vooraf vastgestelde resultaatsverplichting en tijdsplanning qua activiteiten, een bepaalde vrijheid krijgen. Schiphol blijkt elke keer weer een geval apart te zijn. Schiphol krijgt, door een juiste “marketing” van alle voordelen van de luchtvaart, het elke keer voor elkaar dat het Rijk zich soepel opstelt. En Schiphol weet ook dat het in die uitzonderingspositie zit en zal dus altijd om meer blijven vragen en waarschijnlijk ook krijgen.

Luis in de pels
Een formele rol voor het PVRC als contractspartner bij het opstellen van het convenant zien de heren Von der Meer en Huiting niet. In ieder geval niet direct als partij aan de onderhandelingstafel. Zij zien het PVRC meer als “luis in de pels” die kritisch het proces volgt en naar mogelijkheid kritisch becommentarieert. Belangrijk vinden zij ook dat wanneer de luchtvaartsector zich niet houdt aan de gemaakte afspraken, het Rijk kan terugvallen op duidelijke wetgeving, als “stok achter de deur”. De luchtvaartsector zal op haar beurt de vrijheid krijgen om het door het Rijk vastgestelde resultaatsgebied te realiseren op haar eigen manier. De luchtvaartsector is immers de aangewezen partij om dat te doen door haar specifieke kennis van de problemen en eventuele oplossingen. Maar als de luchtvaartsector de vrijheid binnen het wettelijk kader niet aan kan, moet worden teruggevallen op de bestaande wettelijke regelingen. Als de luchtvaartsector zich echter integer opstelt en werkelijk de problemen rondom Schiphol wil aanpakken, dan zijn het PVRC en de gezamenlijke platforms natuurlijk bereid mee te denken over eventuele oplossingen.

Kortom, het Rijk moet zijn burgers beschermen en Schiphol binnen een opgelegd wettelijk kader laten opereren. De overheid is namelijk ook bij uitstek de partij die de kennis in huis heeft om te bepalen wat toelaatbaar is en wat niet. Individuele bewoners beschikken niet over voldoende kennis om hierover een gedegen oordeel te vellen. Bewoners willen slechts minder hinder boven hun eigen huis.

Het Rijk zou zijn verantwoordelijkheid moeten nemen en het dossier “Schiphol” helemaal opnieuw op een integrale manier moeten bekijken waarbij milieu, ruimtelijke ordening en economie centraal staan. Momenteel wordt er namelijk voortgeborduurd op de afspraken en wetgeving van de afgelopen jaren.

Kwaliteit boven kwantiteit
Een oplossing zien Von der Meer en Huiting in de recentralisatie van de luchtvaart. Nederland is dusdanig klein dat, met gebruik van de verschillende luchthavens, er een luchtvaartsysteem ontwikkeld zou moeten worden waarbij het Rijk gaat kijken welke soort vluchten het beste naar welke luchthavens toe kan. En het Rijk zal hier integraal moeten werken waarbij milieu, bereikbaarheid, ruimtelijke ordening en werkgelegenheid op één podium gecombineerd worden. Er ontstaat dan een kader dat door de luchtvaartsector verder zelf ingevuld mag worden.
Beide heren geven aan dat zij niet tegen Schiphol zijn en dat zij wel degelijk het nut en de functie inzien van de luchthaven. Een sluiting van Schiphol is dan ook zeker geen doel van het PVRC. Wat zij willen bereiken met het PVRC is dat Schiphol zich bewust wordt van zijn omgeving en daar rekening mee houdt. En dat houdt onder andere in dat men niet constante groei moet nastreven zonder daarbij te kijken wat de gevolgen zijn voor de omgeving. Schiphol moet gedwongen worden zijn bedrijfsvoering te analyseren en te kijken naar wat zijn werkelijke core-business is. Momenteel gedraagt Schiphol zich als een “veelvraat” en daar zou meer bewustzijn in moeten komen. Men zou bijvoorbeeld de minder aantrekkelijke activiteiten moeten afstoten. “Kwaliteit boven kwantiteit” zou het motto moeten zijn.

Het PVRC probeert zijn doelen te bereiken via de politiek. Het PVRC praat geregeld met locale, provinciale en landelijke politici. En daarbij probeert het PVRC het Schipholbeleid en de problemen van omwonenden op de politieke agenda te krijgen. En waar in het verleden de politiek snel geneigd was om kritiekloos, al dan niet terecht, de economische voordelen van Schiphol te benadrukken, kijken de politieke partijen tegenwoordig er een stuk genuanceerder tegen aan.

Wantrouwen van de omgeving
In de omgeving van Schiphol is nog steeds sprake van wantrouwen richting Schiphol en het Rijk. Vooral sinds het nieuwe kabinetsstandpunt bekend werd. Staatssecretaris Mevrouw Schultz heeft altijd geroepen dat het buitengebied extra aandacht zou krijgen. Dit is echter nooit in daden tot uitdrukking gebracht. Het genuanceerde standpunt van de CDV werd door de staatssecretaris niet nagevolgd.

Verder heeft de commissie Derksen enkele rapportages uitgebracht welke in een eindrapport samengevat waren. En als je het rapport leest, blijkt er een hoop onregelmatigs te zijn gevonden. In de conclusies zijn deze onregelmatigheden echter niet terug te vinden en spreekt de commissie lovend over het Schipholbeleid. En dit soort zaken werkt het wantrouwen van omwonenden alleen maar in de hand.

Tenslotte
Schiphol is volgens Von der Meer en Huiting niet gewend zich te gedragen als alle andere bedrijven. Andere bedrijven passen zich van nature aan onder invloed van zaken uit de maatschappij. Schiphol is en blijft het verwende kind dat toch altijd wel zijn zin krijgt. Schiphol heeft nooit geleerd om zich aan de geldende regels te houden. En dat zou moeten veranderen. Schiphol moet oprecht openstaan voor zijn omgeving en de problemen in de omgeving serieus nemen. Als Schiphol daartoe bereid is, zal ook de omgeving bereid zijn mee te werken aan de toekomst van Schiphol.


Reacties op dit bericht

Geplaatst door webbeheer

Crosnet is blijkt niet erg zorgvuldig. PVRC staat voor: Platform Vlieghinder REGIO Castricum. Dat had men intussen toch kunnen weten...