Platform Vlieghinder Regio Castricum
 

Dodelijke vogels

 |
 Geplaatst door: A Holwerda 
 |
 Bekeken: 941 
|
 Intermediair (nagekomen) 
Dodelijke vogels

Met het snel groeiende vliegverkeer neemt de kans op
vogelaanvaringen toe. Ook voor militaire vliegtuigen blijven vogels de grootste vijand in vredestijd. Een internationaal radarnetwerk en mogelijk ook satellietzenders worden ingezet om het gevaar te keren.

‘Vogels en vliegtuigen gaan niet samen’, zo valt te lezen op een affiche bij de ingang van het bezoekerscentrum van Vliegbasis Leeuwarden. Een understatement. Eén welgemikte duif in de motor is al voldoende om een F16 te slopen, zo bleek afgelopen september bij de basis in het Brabantse Volkel. De dure jet boorde zich in een boerenschuur, de piloot kon zich met de schietstoel redden.
Dit voorjaar was het in Leeuwarden weer raak met een duif. De piloot kon zijn vliegtuig nog net aan de grond zetten, maar de motor was stuk. Je zou dus een basis verwachten waar nu iedere vogel wordt uitgeroeid. Maar rijdend over het vliegveld ontstaat een heel andere indruk. Een fazant schreeuwt, een buizerd zweeft boven het warme asfalt van de startbaan, kiekendieven jagen boven het hoge gras. En boven een tussen bomen verscholen hangar heeft een havik zijn nest gebouwd. Een vogelparadijs.

Magneet
Vliegvelden werken als een magneet op veel vogels en zij zijn steeds moeilijker te verdrijven. Afgezien van het vliegtuiglawaai vinden vogels op vliegvelden namelijk nog een oase van ruimte en rust waar geen roofdier of mens in de weg zit. Ook in Leeuwarden valt op hoe weinig vogels zich aan vliegtuigen storen. Een torenvalk blijft rustig boven het gras bidden op zoek naar muizen terwijl een F16 zich met bulderende motor naar de startbaan begeeft. Alleen een groepje meeuwen verderop maakt zich uit de voeten. ‘Nieuwkomers’, volgens adjudant Martin Das. ‘Die moeten nog wennen.’
De havik mag van Das best boven de hangar blijven broeden. Maar in de buurt van de startbaan laten de adjudant en zijn collega’s op civiele vliegvelden geen middel onbenut om vogels te verjagen. Valkeniers, gillende keukenmeiden, alarmpistolen en bandopnames met doodskreten van een stervende meeuw. Het sterk groeiende Schiphol zet sinds vorig jaar ook blaffende border collies in en groene laserbundels. Internationaal wordt de aanpak steeds rigoureuzer. Zoals op JFK-airport in New York, waar sinds 1990 al 90.000 meeuwen werden afgeschoten.
Verjagers op luchtmachtbases maken voor iedere start en landing de baan vogelvrij. Op Vliegbasis Leeuwarden kan dit omdat vliegmissies met F16’s vaak maar twee keer per dag plaatsvinden. Op Schiphol maken verjagers twee keer per dag een ‘veegronde’ om de grootste overlast te voorkomen. Zij kunnen niet voor iedere start de baan op omdat iedere halve minuut een vliegtuig vertrekt.

Verjaging

www.airlines.nl
Verjaging werkt. Op Schiphol heeft KLM per tienduizend vluchten drie vogelaanvaringen, op luchthavens zonder verjaging zoals New Delhi in India is het bij een op de tien vluchten raak. Ondanks alle inspanningen op Schiphol zijn aanvaringen niet te vermijden. Dankzij meer vluchten én groeiende vogelaantallen neemt het aantal geregistreerde ‘fauna-incidenten’ zelfs weer toe, van honderd begin dit millennium tot 135 in het afgelopen jaar. Er ontstaat een steekvlam in de motor, of de motor begint heftig te trillen.
Bij ruim tien procent van deze aanvaringen moet een vliegtuig weer terugkeren voor een check aan de motoren. Die vertraging veroorzaakt onkosten en een motorreparatie kan tonnen euro’s kosten. Luchtvaartmaatschappijen zijn niet gul met gegevens over schade, maar het International Birdstrike Committee, een vogelaanvaring-database, geeft een jaarlijks bedrag op van 1,2 miljard euro.
Vogelaanvaringen kunnen dodelijke ongelukken opleveren. De omvangrijkste vliegramp in de Nederlandse geschiedenis die door vogels werd veroorzaakt, vormt de crash van het Hercules transportvliegtuig op Welschap Eindhoven in 1996. Hier kwamen dertig militairen van het muziekkorps van de Landmacht om, nadat een vlucht spreeuwen in de motoren van het vliegtuig terechtkwam. Het vliegtuig verloor motorvermogen en viel uit de lucht.
Een toenemend probleem voor Schiphol vormen de ganzen, die sinds de jaren zeventig in aantal vertienvoudigden in Nederland. ‘Een gans is nu zo’n vogel die je beter niet in de motor kunt krijgen’, zegt Ton Mens, manager Bird Control van Schiphol. ‘We hebben daarom deze week nog overleg met de provincie Noord-Holland. Zij richten ganzenrustgebieden in. Als ze die ganzen graag willen, dan liever zo ver mogelijk bij Schiphol vandaan, want nu hebben we overlast.’
Schiphol wil groeien van twintig miljoen passagiers nu naar 45 miljoen in 2020. Maar is daar wel plaats voor? Nederland is met zijn grote watervlakten en voedselrijke landbouwgrond een vogelland bij uitstek. Een eiland in de Noordzee als locatie voor Schiphol 2 werd mede door de mogelijke vogeloverlast afgeblazen. Het eiland zou overspoeld raken door meeuwen, maar ook andere zeevogels. De luchthaven van Lelystad ligt tegen vogelreservaat de Oostvaardersplassen aan én het IJsselmeer. Het IJsselmeer is Nederlands vogelrijkste gebied waar tienduizenden aalscholvers verblijven, honderdduizenden ganzen en eenden. ‘Rampzalig’, zo noemt luchtmachtbioloog Jelmer van Belle de vogeldichtheid boven het IJsselmeer.

Avian Alert

Een technische uitweg in groeiende vogelproblemen kan van de Koninklijke Luchtmacht komen. De luchtmacht loopt met TNO al 25 jaar wereldwijd voorop in de ontwikkeling van radarsystemen, die vroegtijdig vogels detecteren. De militairen moeten traditioneel extra grote vogelproblemen oplossen. Ze vliegen gemiddeld lager dan civiele toestellen, in de luchtlagen waar de meeste vogels vliegen. De radar van de luchtmacht in het Friese Wier ziet nu binnen een straal van honderdvijftig kilometer iedere vogel aankomen. Dankzij die vroegtijdige detectie halveerde het aantal vogelaanvaringen bij laagvliegmissies.
Het nieuwe project Avian Alert, waarin ook de Europese ruimtevaartorganisatie ESA en de Universiteit van Amsterdam meewerken, tilt dat radargebruik nog een stapje hoger. Door militaire radars van Nederland, België, Duitsland en Frankrijk aan elkaar te koppelen, krijgen militaire vliegers een internationaal dekkend radarbereik. Een vlucht zwanen uit Siberië die boven Duitsland met honderd kilometer per uur onze kant opvliegt, is dan uren voor de F16 opstijgt waar te nemen.

Krachtige antenne
Naast betere zichtbaarheid van vliegbewegingen, moet Avian Alert ook meer kennis leveren over het gedrag van individuele vogels. Biologen van de Universiteit van Amsterdam willen bijvoorbeeld achterhalen of vogels hun trekroutes op vliegverkeer aanpassen, en of steeds dezelfde vogels bij luchthavens rondhangen.
Met radar kun je geen afzonderlijke vogels herkennen, zoals mus A of spreeuw B, maar met een satellietzender wel. In een volgende fase van Avian Alert moeten biologen daarom duizenden vogels uitrusten met satellietzenders. De ESA zou dan een extra krachtige antenne plaatsen op het International Space Station, zodat geen gezenderde vogel nog aan de aandacht kan ontsnappen. Of die satellietwensen van deelnemende biologen binnenkort doorgaan, wil Amnon Ginati, hoofd toegepast ruimteonderzoek van de ESA, nog niet bevestigen, het project verkeert nog in de studiefase.
Avian Alert dient in eerste instantie de planning van militaire missies, maar helpt ook bij detectie van groepen vogels op aanvliegroutes naar civiele vliegvelden. De meeste aanvaringen vinden namelijk plaats buiten het vliegveld als het vliegtuig landt en opstijgt, en hier is nog geen oplossing voor. Manager Mens van Schiphol ziet radar en satelliet daarom als welkome aanvulling. ‘Alles wat helpt, is welkom en als er over vijf jaar een goed werkend systeem ligt, zijn we zeker geïnteresseerd.’
Op de vliegvelden zelf blijven verjagers onmisbaar, ook met inzet van radars van het International Space Station. ‘Projecten als Avian Alert kunnen goed helpen bij de planning van vluchten’, reageert adjudant Das van Vliegbasis Leeuwarden desgevraagd. ‘Meer kennis over vogeltrekbewegingen per soort helpt je weer bij preventie van aanvaringen. Maar op het vliegveld zul je altijd alle mogelijke middelen samen moeten gebruiken.’
Das rijdt weer met zijn auto over de landingsbaan, waar meeuwen zich lui aan het asfalt warmen. Een torenvalk die op het asfalt zijn muis eet, vliegt met tegenzin verder als de auto hem dicht nadert. Een reiger die in het verlengde van de baan op boerenland blijft hangen, krijgt een knalpatroon om de oren. De F16’s kunnen landen, en Das neemt contact op met de verkeersleiding.

 


Reacties op dit bericht

Geplaatst door L.R. Aalegeiz uit Spaarndam

Mooi he, luchtvaart? Zeg maar 'vogels nadoen'?