Aan de voorzitters en de leden van de Vaste Commissies
voor Verkeer en Waterstaat en van VROM in de
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA  DEN HAAG

Amstelveen, 21 oktober 2003
Onderwerp:

brief dd. 1 september 2003 van minister VROM, kenmerk vrom 030567, inzake
externe veiligheid.

Geachte voorzitters, geachte leden,

Met grote vertraging ontvingen wij bovenaangehaalde, aan de Tweede Kamer gerichte brief
waarin maatregelen worden aangekondigd, die de (externe) veiligheid van burgers rondom
gevarenbronnen en gevaarlijke activiteiten (bv. vuurwerkfabrieken, chloortransporten) moeten
verbeteren. Daarbij wordt uitvoerig ingegaan op de vraag hoe het groepsrisico, de kans op een
ongeluk met een groot aantal getroffen omwonenden, moet worden berekend. Ten aanzien van
Schiphol wordt daaromtrent op bladzijde 7 (bijlage 1), vierde alinea, opgemerkt dat daarover, op
aandringen van de Kamer, al wetgeving bestaat, waarbij een koppeling tussen een statistisch
causaal model en groepsrisiconormering is voorgeschreven (overgangsartikel 11, lid 5; bijlage 2).
De Kamer was namelijk van mening dat dat de beste methode is om over betrouwbare
gevarencijfers van Schiphol te  beschikken. Helaas wordt vervolgens in diezelfde vierde alinea van
bladzijde 7
zonder enige uitleg simpelweg gesteld, dat de (wettelijk voorgeschreven) ontwikkeling
van een statistisch causaal model niet mogelijk is. Over deze niet-onderbouwde stellingname zijn
wij zeer verbaasd omdat in Netwerk/TV van zondag 14 september jl. de hoogleraren -
veiligheidsdeskundigen B. Ale en A. Hale en de heer M. Piers van het Nationaal Lucht- en
Ruimtevaartlaboratorium (NLR) naar aanleiding van de Vrom-brief onafhankelijk van elkaar
verklaarden, dat bedoelde berekening wel degelijk kan worden uitgevoerd. Eén van de
hoogleraren voegde daaraan toe, dat wie anders schrijft, veel heeft te verbergen. De onbewezen
stellingname is ook verbazingwekkend omdat het groepsrisico en het plaatsgebonden individuele
risico in beginsel met hetzelfde rekenmodel worden berekend.

Behalve verbaasd zijn wij vooral verontrust, want al jaren geleden vergeleken wij de officiële
risicocijfers uit het Aanwijzingsbesluit Schiphol (1996) met de eveneens officiële risicomaxima die
zijn vermeld in de door de Tweede Kamer geaccordeerde beleidsnota “Omgaan met risico's; de
risicobenadering in het milieubeleid” van de minister voor VROM (1989).
In die beleidsnota is voor het Nederlandse bedrijfsleven de maximale risicogrens voor grote
ongelukken met 10 of meer dode omwonenden vastgesteld op 10 –5 (1 : 100.000), maar in het
Aanwijzingsbesluit (hoofdrapport, p. 49) worden in dit verband risico’s genoemd van 1 : 400 in
het referentiejaar 1990 op het vierbanenstelsel en van 1 : 250 in het jaar 2015 op het
vijfbanenstelsel. De kans op een grootschalig ongeluk met 10 of meer dode omwonenden was in
1990 in vergelijking tot de richtlijn voor het Nederlandse bedrijfsleven (bijvoorbeeld voor DSM

en Shell) dus 250 keer te groot (de Bijlmerramp met 43 doden vond twee jaar later plaats) en dat
risico zou volgens het Aanwijzingsbesluit in 2015 stijgen tot 400 keer te groot.
Het risico van een nog grootschaliger ramp met honderd of meer dode omwonenden wijkt nog
verder af van de richtlijn. De hiervoor in “Omgaan met risico’s” vermelde maximale
groepsrisicogrens is 10 –7  (1 : 10.000.000) per jaar, maar in het Aanwijzingsbesluit worden
hiervoor getallen vermeld van 1 : 10.000 voor 1990 en 1 : 8.300 voor 2015. Deze getallen zijn dus
1000 respectievelijk 1200 keer groter dan de richtwaarde.
Schiphol en het ministerie van Verkeer en Waterstaat presenteerden enkele jaren later nieuwe, iets
gunstiger ongevalsrisico’s, de TNLI- en IMU – cijfers, maar ook die cijfers waren exorbitant hoog
in vergelijking tot de richtwaarde. Bovendien was de commissie voor de Milieu Effect
Rapportage van de deugdelijkheid van die nieuwe TNLI- en IMU – cijfers niet overtuigd.

Om al die redenen verzoeken wij u deze brief in uw eerstkomende vergadering te behandelen en
het daarheen te leiden, dat de wettelijk voorgeschreven ontwikkeling van een statistisch causaal
model  alsnog onverkort wordt uitgevoerd. De onbewezen stellingname ten aanzien van het niet-
uitvoerbaar zijn van de koppeling tussen statistisch causaal model en groepsrisiconormering
beschouwen wij als een poging, in het bijzonder van het ministerie van Verkeer en Waterstaat,
realistische gevaarcijfers van Schiphol te verdoezelen.

Hoogachtend,
namens het bewoners Platform Leefmilieu Regio Schiphol,

Drs. J.H. Griese, secretaris
Kopie:

voorzitter en leden CROS
B en W’s en Raadsleden van gemeenten met CROS-vertegenwoordigers
B en W’s en Raadsleden van gemeenten in het geluidgehinderde buitengebied in de
provincies Noord Holland, Zuid-Holland en Utrecht
GS en Statenleden van Noord-Holland
GS en Statenleden van Zuid-Holland
GS en Statenleden van  Utrecht